In dit PWO-project wordt er praktijkonderzoek uitgevoerd vanuit de hypothese dat STEM-onderwijs ideale leercontexten biedt voor functioneel veeltalig leren die meertalige leerlingen de kans bieden om volwaardig te participeren en hun werkelijke competenties in te zetten.

In Vlaanderen blijven we zoekende om het schoolsucces van leerlingen met een migratieachtergrond te verbeteren (vb. Bex, 2015). Tegelijkertijd zorgt meertaligheid op school nog steeds voor verdeeldheid: enerzijds wordt vaak gepleit voor eentalig onderwijs en anderzijds wordt soms meertalig onderwijs aangeprezen. Het recent MARS-onderzoek (Van Avermaet, et al., 2015) benadrukt dat er nood is aan nuancering en stuurt aan op functioneel veeltalig leren, wat betekent dat er sprake is van een geïntegreerde didactiek in de meertalige klaspraktijk. Het gaat over het positief benaderen van thuistalen om welbevinden en motivatie te verhogen en zo te werken aan goede onderwijsprestaties bij de leerlingen (Sierens & Van Avermaet, 2010). Hierbij blijft Nederlands de instructietaal maar krijgen leerlingen de kans om hun thuistaal te gebruiken. (Van Praag, et al., 2016). De focus ligt op de creatie van een krachtige leeromgeving met taaldiversiteit als ingrediënt, maar ook interactie en samenwerking evenals betekenisvol leren. Deze laatste uitgangspunten zijn inherent aan de STEM-didactiek die het Expertisecentrum Onderwijsinnovatie reeds ontwikkelde.

Dit project wordt gerealiseerd via ontwerponderzoek (“design-based research”) waarbij via co-creatie met enkele pilootscholen de veeltalige STEM-didactiek vormgeven en testen. De betrokkenheid van de meertalige leerlingen wordt hierbij in kaart brengen. De bedoeling is dat we de didactiek op zo’n manier kunnen aanbieden dat we het werkveld kunnen overtuigen van de praktische werking ervan.

gefinancierd vanuit PWO (2019-2021)